Oude Goden

Maasgod

Zo oud als de regen die valt
de zonnestraal, het klaroengeschal
Zo oud als de dauw op de bloesem,
het ochtendgloren, de terloopse verzoeking
Zo oud dat hij zich zelden genadig toont,
baldadig de dagen rooft en zalig de jaren doodt
Zo oud als het eerste gezicht,
het avondlicht, de bliksemschicht

In het onderwaterpaleis van de Maas zit de Maasgod alleen op zijn troon. Alleen, onbekend en onbemind, een vergeten God, een vergeten vader, vergeten daden, vergeten woorden, een vergeten verbond. 

Bloed kolkt en water klopt, kabbelt, golft, deint, bokt, stroomt, valt voor de Dondergod.

Hij zingt zichzelf glorieuze liederen toe want de Maasgod is en blijft de Rotterdamse Riviergod van de Maas. Heden ten dage welhaast vergeten maar vóór de Tweede Wereldoorlog vermaard in Rotterdam. De beeltenis van de Maasgod sierde tot het Bombardement van 14 mei 1940 de Delftse Poort. Naast de Maasgod figureerden daarop de Rottenimf, Mercurius en de Rotterdamse Stedenmaagd.

Weinig Rotterdammers is het opgevallen dat zijn beeltenis op tal van poorten, wegen en gebouwen staat in Rotterdam. Deze onoplettendheid zal ze ooit duur komen te staan. Want de Maasgod is een humeurige godheid die rücksichtslos zijn arm uitstrekt en zijn vuist balt als stouterds gekastijd dienen te worden.

Mercurius

Net als de Maasgod was Mercurius decennia lang onzichtbaar voor het Rotterdammersche oog, terwijl hij toch op vele schilderingen in de stad te vinden is. Omdat hij in de dagen van weleer werd ingeschakeld om de handel en de wandel van de stad te bevorderen, is hij vaak afgebeeld met een Hoorn des Overvloeds. De Markthal is de meest uit de kluiten gewassen versie van deze traditie. Kenmerkend voor Mercurius zijn daarnaast z’n caduceus en vleugels, al moet worden gezegd dat er ook tal van vrouwenbeelden in Rotterdam zijn die aan deze beschrijving voldoen. Mercurius heeft zich nooit uitgelaten over de betekenis hiervan.

Wel verhaalt Mercurius uitgebreid over zijn grappen en grollen als je hem daarnaar vraagt. Zo deden de Maasgod en hij eens mee aan een danswedstrijd in de Parkzicht. Mercurius wedde dat hij iedereen eruit zou dansen – de Maasgod en anderen betwijfelden dit ten zeerste. Ze hadden echter buiten de listigheid van Mercurius gerekend die gedurende de avond de muziek steeds sneller en sneller liet spelen. Zo snel dat de meeste dansers alleen maar konden schoppen met hun voeten om het danstempo bij te houden. Enkele dansers overleden op de dansvloer en werden in het Euromastpark verstopt om te voorkomen dat de housetempel Parkzicht in een kwaad daglicht kwam te staan. Toen de ochtend aanbrak was Mercurius de enige die nog met gemak kon dansen. Zijn dansstijl werd gekopieerd en ook de versnelde muziek hield men erin. Zo zijn Hardcore en de Gabberstep ontstaan en kwam Mercurius onder het juk van de onzichtbaarheid vandaan.

Het is niet altijd duidelijk aan welke kant van het gelijk Mercurius zich bevindt, hij springt soms in één dag wel duizend-en-één keer van het duister naar het licht en weer terug, en het is daarom dat niet iedereen hem op zijn mooie vleugels gelooft. Toch heeft het verleden uitgewezen dat hij in het bezit is van zoiets als een geweten.

De Rottenimf

Net als de Maasgod is de De Rottenimf met de oude Delftse Poort naar de vergetelheid gebombardeerd. Maar anders dan de Maasgod is de Rottenimf in Rotterdam nergens anders meer verbeeld. Slechts in stoffige archieven wordt zij nog gevonden. Daar vindt men een gewillige moeder voor alle Rotterdamse monden. Door als jong Nimfje te trouwen met de Maasgod werd zij de moeder van het Rotterdamse volk. Maar in goed Rotterdams heet dit een L*Lverhaal.
want iedere Rotterdammer houdt in zijn hart van terror, herrie en Kabaal.
Dat Maas en Rotte trouwden, ging kwaadschiks want niet goedschiks. De Rottenimf zag in de Maasgod slechts een blaaskaak in blik. Een bloedoffer dwong haar de dam in de Rotte te accepteren en zich door de Maas te laten onteren. Nu de BinnenRotte in steen is gegoten, is hare Rotheid vastbesloten
Om weer eens vrijelijk los te gaan door te gaan jagen op Rotterdamse klootmogolen.

De Schienimf

De Schienimf is de zeer gelijkende zuster van de Rottenimf, al is het water dat door haar aderen kolkt doorgaans minder wild. Ze maakt zich nuttig, is nederig, kostbaar en kuis. Er valt eigenlijk weinig op haar aan te merken. Of toch…

Ooit werd zij getroffen door de lieflijkste bliksem die de schepping ooit heeft meegemaakt. Het was een man van vlees en bloed die haar uit haar stroom deed klimmen. Een boeren pummel zelfs, maar met een gouden mond. Uit betrouwbare bron hebben wij vernomen dat ze de nektar van zijn tong dronk en met de bloemen van zijn poëzie zij haar kruin bekranste.

Het liefst zou zij haar stroom met monding en al in de aarde doen lopen, doen afdalen tot het rijk der doden om daar verkwikt te raken door de zoete zinnebeelden zijner zijde, die vogels deden stilvallen. Het is daarom dat de Rottenimf haar zuster nimmer uit het oog verliest en haar immer herinnert aan haar pensum.

Stadsmaagd

Erasmus

ssssssssss